Focus (SiS)

31 december 2005

Ze had het helemaal gehad met haar werk als arbeidsdeskundig adviseur bij een klein bureau, toen ik haar voor het eerst zag. Tijd voor iets anders, maar wát?…

Nu, twee maanden en drie sessies verder, zit ze stralend tegenover me. ‘Het gaat weer lekker op mijn werk. Wat ik doe, is toch wat ik het liefste doe. Ik blijf dus’, vertelt ze me. Nadat ik haar heb gefeliciteerd, kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Hoe heeft ze die inspiratie teruggevonden?

We komen op drie factoren. Als voorbereiding op een sollicitatie heb ik haar geïnterviewd over haar werk. Ik vond het interessant wat ze vertelde en wilde steeds meer weten. Ik hield pas op met vragen toen ik helemaal voor me zag hoe ze werkte en wat voor afwegingen ze daarbij maakte.

Dit gesprek had haar het fijne gevoel gegeven dat ze veel in huis heeft. Tijdens het daaropvolgende sollicitatiegesprek werd dit nog versterkt en besefte ze dat zij zélf al die deskundigheid bezat. Ze was zo gewend om te spreken vanuit de positie als adviseur van bureau Zusenzo, dat het een bevrijding was om namens zichzelf in gesprek te zijn over haar vak. Ineens voelde ze: ik heb een vák en daar wil ik iets mee.

Vervolgens is ze gaan kijken wat haar belemmerde om in haar huidige werk ‘namens zichzelf’ te werken. Ze ontdekte dat ze zich overdreven verplicht voelt alles perfect te doen. Met name een paar collega’s gaven haar het gevoel dat ze zich moest bewijzen. Ze proefde afkeuring in hun blik. De bewustwording hiervan bleek al het halve werk: ‘als het nu een dag niet gaat, ga ik niet heel hard “moeten” van mezelf. Ik probeer mezelf te blijven.’ Ga doen wat je moet doen en waar je goed in bent. Dit cryptische zinnetje speelt mij vaak door het hoofd als ik met cliënten spreek over werken met plezier.

Het is vaak al inspirerend om je af te vragen wat precies jouw taak is in de organisatie waar je werkt. Wat is de bedoeling van jouw functie, welke bijdrage word je geacht te leveren? Veel mensen zijn zich dat helemaal niet meer bewust. Ze lopen daardoor onnodige teleurstellingen op of raken bedolven onder de klussen en zien de lijn er niet meer in. Het helder voor ogen houden wat je moet doen, geeft focus. Je weet waarmee je je moet bemoeien en waarmee niet.

Een bekende valkuil van managers is bijvoorbeeld dat ze inhoudelijk hun medewerkers een stap voor willen blijven. Terwijl het hun eigenlijke taak is om van de afdeling een productieve eenheid te maken waarbinnen de deskundigheid van medewerkers floreert. Je moet dus iets loslaten. Zolang je dat niet doet, draag je ballast. Als je je kunt overgeven aan je taak, is er ruimte voor ontwikkeling. Je kunt feedback krijgen en verwerken. Je kunt groeien in je rol. Dat is prettig.

Natuurlijk zit niet iedereen in de juiste baan. Soms is het tijd voor een nieuwe stap. Maar ook dan raad ik aan eerst te onderzoeken hoe je huidige baan precies in elkaar steekt en welke bijdrage je levert. Al is het alleen maar om te ontdekken hoe je omgaat met je taken en waar je sterke punten liggen.

Boelens helpt
Als je tijdens je werk geconcentreerd kunt zijn op het doel van je functie, zul je merken dat je je opgeruimder en plezieriger voelt. Vraag je daarom eens af:

  • Welke bijdrage word ik geacht te leveren?
  • Wanneer lukt dat en wanneer niet?
  • Welke overbodige ballast draag ik mee?
  • Spreek eventueel af met een vriendin en interview elkaar over het werk.
  • Vraag je ook af waarom je destijds voor deze baan hebt gekozen.
  • En tot slot: neem eens de tijd om een interessant boek te lezen over je eigen vak.