Blue Monday

16 januari 2012

Het is vandaag ‘Blue Monday’: de winter duurt te lang en de goede voornemens van 1 januari zijn moeilijk vol te houden. BNR Nieuwsradio vroeg mij om tips in te spreken. Hoe krijg je het leuker op de werkvloer?

1.Weiger mee te gaan in het Blue Monday denken. Gebruik deze dag juist om je goede voornemens aan te scherpen. Doelgericht werken helpt zeer voor meer geluk in je werk. Het geeft je structuur en een punt waaraan je ervaringen kunt toetsen. Richt je wel op een positief doel. Dus niet ‘ik wil weg uit deze vervelende baan’, maar wel: ik ga me ontwikkelen doordat ik …..(invullen).

2.Verheug je ook op de ontwikkeling die je door gaat maken. Positieve gevoelens helpen je! Gebruik kleine doelen. Bedenk welke taken in jouw werk jij het leukst vindt. Bedenk hoe die passen in de bedrijfsactiviteiten. Profileer je en trek meer van die leuke taken naar je toe.

3.Geef jezelf een nieuwe impuls door de ontwikkeling in je beroep aan te pakken. Vergroot je waarde op de arbeidsmarkt –juist in crisis tijd!. Houd het simpel: word actief in een beroepsvereniging, lees recente vakliteratuur, zoek je oude studiegenoten op en begin een intervisiegroep. Kortom: ga op het vinkentouw.

4.Stel ‘ leren’ voorop, dat maakt je werk zoveel leuker. Zonder ook eens een fout te maken is er geen ontwikkeling. Organiseer feedback, stel je open voor kritiek. Begin vandaag. Zorg dat je tenminste 1x een reactie krijgt op jouw inspanning. LEREN is LEUK!

5.Ook een goeie tegen het Blue Monday denken is: een GUN-groepje . zoek een paar leuke mensen die iets kunnen betekenen voor jou en voor elkaar. (Is al snel zo als je dat wilt). Vertel omste beurt waar je mee bezig bent en laat de anderen reageren met tips en een aanbod. Er zijn zoveel manieren waarop je elkaar kunt steunen. Begin vandaag!

Innovatie en #HNW

10 november 2011

Voor Trouw net mijn stukje ingeleverd. Deze week over Het Nieuwe werken (HNW). Was blij dat ik even kon sparren met collega Denise Hulst.  HNW is succesvol als het wordt ingezet om tot echte vernieuwing (innovatie) te komen. Het is efficiënte bedrijfsvoering,maar veel meer dan dat. De essentie van HNW ligt voor mij in het versterken van de autonomie van de kenniswerker en tegelijkertijd het creëren van een community. Hoe je het ook wendt of keert: innovatie ontstaat als mensen echt nieuwsgierig zijn, daarvoor durven te gaan, daar intensief over uitwisselen, plezier maken en zich gesteund voelen. Ik voel dat aan den lijve. De laatste jaren doe ik meer met collega’s. Ik ben meer uit op delen -en dat is nemen maar ook géven- en door die uitwisseling word ik helderder, slimmer en gedurfder. Als je dit vertaalt naar  het bedrijf: vraag je dan eens af wat er nodig is om zo’n wijze van werken te faciliteren. Ik kom op vertrouwen als centrale waarde in de cultuur; op versterken van autonomie  door mensen daarin te faciliteren (proactief zijn en werk kunnen organiseren*); en op het creëren van het bedrijf als een community en dat vereist een goede projectorganisatie, stimuleren netwerk-werken en mentorschap. Stel je eens voor dat deze principes worden nageleefd. Hoe leuk kan werken zijn! *) even terugkomend op Denise Hulst: zij roept altijd: geen HNW zonder Het betere werken. Zie haar website

Duurzame inzetbaarheid

7 november 2011

Een paar jaar geleden ontmoette ik professor Beatrice van der Heijden (Strategisch HRM Radboud Universiteit). Zij vertelde over onderzoek naar  duurzame inzetbaarheid: hoe kun je vaststellen of iemand kansrijk is in zijn/haar loopbaan. Ze sprak daarbij onder andere over ‘organisatiegevoel’ en ik was helemaal verheugd. Ik had mijn boek Vrouwen van 50 geschreven en met veel ouder wordende vrouwen gesproken over hun ambities en kansen in het werk, en had bedacht dat vrouwen, met hun hernieuwde  elan, veel kunnen winnen als ze meer gebruik maken de organisatie waar ze werken. ‘Weten hoe de hazen lopen, deelnemen aan netwerken, zichtbaar zijn’. Van der Heijden had niet gekeken naar m/v verschillen, maar effectief opereren in de organisatie blijkt een belangrijke factor in het vergroten van je ‘employability’. Ik ben haar wel blijven volgen en heb me haar begrip van duurzame inzetbaarheid eigen gemaakt. Op basis van dit wetenschappelijk onderzoek  beschikt mijn bureau inmiddels over een aantal  instrumenten: online vragenlijsten, een scorecard voor het bedrijf en uiteraard een specifieke ‘bril’ waarmee je kunt kijken naar de
wendbaarheid van het bedrijf en haar medewerkers.  Bovendien sluit het goed aan bij de insteek: krachten herkennen en versterken. (en dat voor vrouwen én mannen)

Vrouwen van 50 weer te koop

27 september 2011

Mijn boek Vrouwen van 50 is weer te koop! Door allerlei
misverstanden leek het niet meer verkrijgbaar te zijn. Een tijd lang konden
boekhandels er inderdaad niet aan komen. Dat was heel jammer. Want de
belangstelling was er nog wel. Zo werd het boek genoemd in de Margriet (nummer 31) in een leuk artikel over 50ers. Gelukkig is dit achter de rug. De tiende druk (midprice) kost € 12,50, het digitale boek kost € 9,95. Veel lees plezier! En mail me gerust als er problemen zijn bij de levering. Net zoals de afgelopen maanden kan ik meldingen doorspelen aan de uitgever.

Baas heeft de pik op me

27 september 2011

Iedere week schrijf  ik in Trouw de rubriek Bureau Boelens voor uw problemen op de werkvloer. Een voorbeeld: De vraag luidde: Ik werk bij een klein bedrijf met internationale  klanten. Leuk werk. Ik heb maar één probleem en dat is mijn directeur, tevens  de eigenaresse. Zij is onprettig om mee te werken. Ze toont geen waardering  voor onze inspanningen. Vooral ik krijg het te verduren, als enige man in het  team Volgens mij heeft ze iets tegen mannen. Als er een keer kritiek komt van  een klant, reageert ze overspannen en vertrouwt niet dat ik het aankan. Het  lijkt alsof zij geniet als ik even iets niet weet. Ik voel me regelmatig beschadigd  en in het defensief gedrukt. Vaak biedt ze later wel halfslachtige excuses aan, maar wat koop ik daarvoor? Ik wil niet veranderen van baan. Daar moet je je maar weer bewijzen.
Het antwoord: Lastig. U kunt uw directeur niet veranderen en een goed gesprek waarin zij zal openstaan voor uw feedback lijkt er niet in te zitten. Het kan zijn dat uw directeur kwaliteiten mist die ze in haar functie wel moet hebben, maar het lijkt ook alsof u samen in een soort ‘energetisch verbond’ zit waarin u aanvullende rollen heeft en elkaar keer op keer op dezelfde wijze weet te treffen. U wit uw baan behouden en zult zelf iets moeten ondernemen om hieraan te ontsnappen. Uw verhaal doet mij denken aan een verschijnsel uit de relatietherapie waarbij partners elkaars patronen versterken doordat hun patronen op elkaar lijken of elkaar aanvullen. Je zou kunnen zeggen dat sommige mensen in een relatie onbewust gemakkelijk op elkaars ziel kunnen trappen, en vanwege een eigen tekort vaak in de verleiding komen om dat te doen. Daarmee breken is dan niet gemakkelijk. U denkt dat uw directeur iets tegen mannen heeft. Dat kan waar zijn. Maar misschien is er nog een andere waarheid, die over u gaat en die te maken kan hebben met uw ervaringen met ‘machtige vrouwen’ in uw leven. Onderzoek eens of hier iets in zit. Sta eens stil bij wat er met u gebeurt (gevoelens, emoties) op de momenten dat uw directeur u terecht wijst en vraag u af wát zij precies in u raakt. Zoek een vriend om dit eens goed door te nemen. Onderzoek ook wat u in het algemeen makkelijk en moeilijk vindt aan vrouwen met macht. Stap twee is dat u probeert objectief naar uw directeur te kijken. Zet op een rij wat haar sterktes en zwaktes zijn. Doe uw best om ook positieve punten te benoemen. Vraag eens aan de anderen wat zij vinden, maar ga niet mee in negatieve verhalen; die leiden enkel tot de uitgang. Gebruik de inzichten uit stap een en twee om zo eerlijk mogelijk vast te stellen wat haar aandeel en wat uw eigen aandeel is in het gebeuren. Houd dat voor ogen en probeer u dan zakelijk op te stellen. Neem waar wat er gebeurt en laat u niet meeslepen door oordelen en gevoelens. Zeg regelmatig tegen uzelf: dit heeft niets met mij te maken. Laat het langs u afglijden. Maak het gezellig op het werk en neem de directeur zoals ze is.

Diversiteit als businesscase

21 februari 2011

 

Mijn rubriek in Trouw betrof de vraag van een vrouwelijke manager in een technisch bedrijf. Ze had het vooral lastig in het managementteam waar ze de enige vrouw is. Ik was altijd iemand die anderen op sleeptouw nam maar ervaar mezelf nu als timide en afwachtend, schreef ze.
Ik schreef haar dat ik vaak meemaak dat de vrouwen in die situatie uiteindelijk vertrekken en iets leukers gaan doen. Uit veel onderzoek weten we inmiddels dat vrouwen (of andere groepen die vanuit een onderdrukte positie komen) met 37 procent aanwezig moeten zijn, om echt lekker te functioneren (uitzonderingen daargelaten).  Zijn ze veruit in de minderheid dan herkennen ze zichzelf te weinig in de omgeving. Er is dan te veel ‘uitsluiting’ waardoor deze vrouwen heel vaak op hun tenen moeten lopen.

 Het begrip uitsluiting wint gelukkig terrein in het diversiteitsbeleid. Inclusiviteit wordt als doel gesteld. Men begrijpt meer en meer dat het niet alleen gaat om aantallen, maar vooral ook om de cultuur waarin mensen werken. Vrouwen, maar ook allochtonen, homo’s, in sommige situaties ouderen of juist hele jonge medewerkers, kunnen op (meer of minder) subtiele wijze worden buitengesloten. De ‘meerderheid’ heeft dat vaak helemaal niet door. Domweg omdat hun cultuur dominant is. Bekend voorbeeld is het gebruik van ‘homo’ als scheldwoord. Degenen die het zeggen vinden het grappig. Een homo die uit de kast is kan misschien meedoen, omdat hij of zij al barrières heeft genomen, maar voor de homo of lesbo die worstelt, is het elke keer een knauw.

Diversiteitbeleid maakt kans als het wordt opgevat als business case. Zowel de organisatie als de medewerkers hebben te winnen. De productiviteit kan stijgen doordat er bijvoorbeeld beter op de klantengroep wordt afgestemd (die ook divers is) of doordat de diversiteit in het personeelsbestand een grotere omgevingsgevoeligheid oplevert. Ook zie je vaak innovaties doordat er in de teams – door de ‘wrijving’ die verschil met zich meebrengt- scherper en creatiever wordt gedacht. Als het goed werkt worden de verschillen tussen mensen namelijk niet meer weggepoetst, maar juist gewaardeerd. Dat is niet per se gemakkelijk, maar wel precies het punt waar het op aan komt.
Lees de rubriek hier

Karate

19 januari 2011

Met mijn blote hand heb ik een plankje door midden geslagen. Had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen. Vond een workshop Karate tijdens het congres ‘Trends voor trainers’  best wel gewaagd. We kregen eerst een filmpje te zien waarop zeer geoefende Japanse mannen staaltjes ten beste gaven. “Wat heeft dit nou met trainen te maken” vroeg ik me hardop af. Maar dat bleek dus mee te vallen.
De trainer legde uit dat bij karate de indrukwekkende klappen vaak in trance worden gegeven. Dat was nu niet de bedoeling.

We kregen de opdracht om stil te staan bij een eigen vraag, een thema waar je graag iets wilt veranderen en waarbij je moeite ervaart. Daarna leerden we hoe de klap gegeven moest worden en mochten we aan de gang. Ik zelf heb een oefen plankje en een echte doormidden geslagen. Een geweldige ervaring.

Het symbool was mooi. Om iets te bewerkstelligen, om een verandering echt aan te gaan, moet je jezelf mobiliseren. Bij mijn eerste klap was ik bezig met de persoon die het plankje vasthield en  ik probeerde  met denkkracht mijn angst te overwinnen. Dat werkte niet. Nodig was: focus, er echt voor gaan, concentratie op de houding en het doel, de aandacht laten samenvallen met wat je doet. De trainer sprak over chi. En hij gebruikte de term ‘beslistheid’ . Mooi.

Herkenbaar ook in het proces van coaching. Coachen is in feite een mobilisatieproces. Als coach sta je de coachee bij tot hij op dat punt van die beslistheid komt. Als de  kracht, die chi, tevoorschijn is gekomen, gebeuren er echt mooie dingen…..

goede voornemens

10 januari 2011

 

Mijn eerste rubriek van dit jaar in Trouw  schreef ik over veranderen. Vraag van een mevrouw die meer swung in haar loopbaan wil. Toeval dat er zo’n vraag binnenkomt direct na de jaarwisseling? Ik had tips kunnen geven hoe je ontdekt wat je wilt in werk, dat doe ik een andere keer. Nu heb ik me laten inspireren door een artikel dat ik ook  in Trouw had gelezen van een Zen meester. Dit was in de kerstvakantie. Zijn stelling was dat we onbewust heel veel willen en doordat we geen focus aanbrengen, blijven we daar in hangen. Je moet keuzes maken, prioriteiten stellen. En jezelf een beetje bij de les houden (zie het artikel).

Mij valt ook altijd op (ook bij mezelf) hoe moeilijk het is om de houding van de leerling aan te nemen. Niet-weten, fouten durven maken, steun vragen, jezelf toestaan om te experimenteren met alle onzekerheid van dien, is helemaal niet zo gemakkelijk. Dit is vaak tegenovergesteld aan de houding die je denkt te moeten innemen in je werk. En die ook vaak wordt aangemoedigd door hoe het er aan toegaat in organisaties.

Het nadenken voor deze rubriek heeft mijzelf ook aangemoedigd om zelf het jaar te starten met ‘goede voornemens’: weer lerend in het leven staan. Leuk! Lees de rubriek  Bureau Boelens hier.

macht of onmacht

20 december 2010

In de trein die baggert door de sneeuw lees ik op zaterdag uitgebreid De Volkskrant. In een klein hoekje wordt het ‘slachtoffergedrag’  van veel vrouwen (moeders zegt: “je kunt me alleen laten met kerst, terwijl iedereen het verder gezellig heeft”), betiteld als Het machtsmiddel van de machtelozen . Het boekje van Anja van Servellen (1983!) “macht van de onmacht” leen ik niet voor niets nog regelmatig uit aan cliënten.

In dezelfde Volkskrant wordt Heksen en Horken van Jeffrey Wijnberg besproken. Volgens de bespreker is de moraal van dit boek dat vrouwen in M/V conflicten bijna altijd gelijk hebben en dat een wijs man hun dat ook gunt. Vrouwen zouden superieur zijn in reinheid, orde, betrouwbaarheid, levenssfeer,spaarzaamheid en moraal. Tot zover de Volkskrant. Thuis op mijn nachtkastje ligt Sprakeloos, de roman van Tom Lanoye over zijn moeder. Hij kijkt zoals, denk ik, alleen zonen naar hun moeder kunnen kijken. Hij ziet haar zeker niet als machteloos, integendeel.  Zij is duidelijk niet gewend om haar zin niet te krijgen. Haar arsenaal: (citaat p 28) “hoe perfect beheerste zij het palet der huishoudelijke afpersing! Ze dwong er respect mee af, somtijds afgrijzen, en te alle tijde gehoorzaamheid, ongeacht haar wapenkeuze, steeds aangepast aan het terrein en het moment van de familiale veldslag. Haar wapenkast hing vol en het instrumentarium was afdoend geolied. Leugentje om bestwil naast bestraffend dreigement. Gekwetste zwijgzaamheid naast furieuze woordenstroom. Fluisterend werken op het private sentiment, naast smalend wijzen op nakende spot, van heel de buurt en heel de school en heel het land“. Een prachtig beeld. Misschien is slachtoffergedrag niet helemaal het goede woord. We kunnen wel waarnemen dat ‘thuis’ de conflicten om de macht anders verlopen dan op het werk en mogelijk dat vrouwen en mannen een verschillend arsenaal inzetten.  En dat we in deze tijden van heftige verandering in werk en privé allemaal op zoek zijn naar wat werkt in ‘invloed uitoefenen’  en naar wat wijsheid  is in dezen.
(ps bijgaande reproductie van Jeroen Sparla heet Polite conversation. Hij hangt in mijn kamer)

mevrouw mag niet zitten

14 december 2010

Een ingezonden brief kwam er, op mijn rubriek in Trouw van jl zaterdag. Ik schreef over een mevrouw van 52 jaar die met moeite een baan had bemachtigd in een winkel. Ze mocht niet gaan zitten overdag en zit nu met de vraag: hoe houd ik dit vol. De ingezonden brief, waar ik het helemaal mee eens ben, luidt:

Geschokt lees ik in de vragenrubriek van Louise Boelens de vraag van een mevrouw die in een winkel werkt over het lange staan waar ze last van heeft. Zitten mag niet schrijft ze. Wat is dat voor werkgever? We weten al lang dat lang staan slecht is. Wil je je personeel langer gezond houden, dan geef je ze de mogelijkheid om af en toe te gaan zitten. Dat is goed werkgeverschap.   130 jaar geleden heeft Aletta Jacobs al aandacht hiervoor gevraagd. Zij heeft na vele jaren actievoeren bereikt dat zitgelegenheid voor winkelpersoneel verplicht is gesteld.  Weliswaar staat dat nu niet meer expliciet in de wet. Er staat dat de werkplek ergonomisch verantwoord moet zijn en dat betekent in de praktijk dat er zitgelegenheid moet zijn voor mensen met staand werk. Alstublieft werkgevers, geeft u uw medewerkers zitgelegenheid, dat voorkomt onnodige en langer durende arbeidsongeschiktheid.  
mw dr A.P. (Noks) Nauta, bedrijfsarts en psycholoog  

Lees het stuk in Trouw hier